Rust in de klas. Een aantal tips.

Regelmatig hoor je leerkrachten verzuchten: “Hoe breng ik meer rust in de klas. Al die kinderen die iets hebben. Wat verwachten ze nu eigenlijk van mij? Ik ben opgeleid om kinderen te leren lezen en rekenen, wiskunde te geven of een taal te leren. Het woord zegt het eigenlijk al. Ik ben LEERkracht. Ik ben geen gedragswetenschapper of specialist die alle nieuwe termen en ondersteuningsmogelijkheden kent. Dyslexie, ADD, ADHD, autisme, taalontwikkelingsstoornis (TOS), HSP, beelddenken en ga zo maar door. Hoe doe ik dat in mijn klas?”

Met 30 kinderen in de klas is dit inderdaad soms een hele uitdaging. Maar ook zonder kennis te hebben van al deze uitdagingen, kun je als leerkracht verschil maken met een aantal eenvoudige tips. Zo zorg je voor rust en gevoel van veiligheid in de klas.

Doceer en doseer

Houd de inrichting van lokaal rustig

Erg leuk alle werkjes aan de muur en soms ook langs het plafond. Het kinderbrein is echter nog volop in ontwikkeling. Kinderen krijgen zo de hele dag onnodig veel prikkels binnen en moeten hard werken deze te filteren. Een rustig ogend klaslokaal zorgt ook bij jou als juf of meester voor meer rust in het hoofd. En een rustige juf of meester betekent meer rust bij de kinderen en in de klas. Grapjes maken is uiteraard een uitzondering 😊

Begrijpelijke instructie

  • Geef het onderwerp context

Alles is nieuw voor een kind. Als het begint met letters en cijfers leren, heeft het geen idee waar dit eindigt. Hoeveel letters zijn er? Welke vormen hebben die allemaal. Waarom leer ik eigenlijk letters? Wat ga je er mee doen? Hetzelfde geldt voor cijfers. Voor een kind is het prettig om aan het begin een beeld te hebben van “wat” en vooral ook “waarom” ze iets gaan leren? Zo kan het kind met aandacht de lessen volgen zonder afgeleid te zijn door de vraag “waar wil de juf of meester naar toe? Ik begrijp het niet”. Zorg dat de context ook aansluit bij de voorkennis van de kinderen. Zeker ook voor vakken als aardrijkskunde of geschiedenis is context belangrijk. Bijvoorbeeld “Romeinen”, wat is dat? Licht in grote lijnen toe wie of wat dit zijn en vertel wat ze kunnen verwachten als ze gaan leren over een onderwerp. Voorspelbaarheid geeft rust in het hoofd.  

Richt de dag, ruimte en informatieoverdracht zo in dat alle kinderen meedoen
  • Maak de informatie en je verhaal visueel 

Kortom zorg voor een plaatje bij je praatje. Je herkent het vast: je zit bij een lezing of bijeenkomst en er komt een brij aan woorden op je af. Je haakt af en volgt het verhaal niet meer. Zo werkt het bij kinderen ook.  

  • Houd je instructie kort 

Ben niet te lang zelf aan het woord. Vermijd in je instructie zoveel mogelijk abstracte woorden, of maak ze visueel, geef voorbeelden die aansluiten bij de belevingswereld van het kind en maak het interactief.  

Autonomie van het kind stimuleren 

Ieder kind heeft van nature behoefte aan autonomie. Kinderen willen net als wij graag de dingen zelf bepalen, uitzoeken en uitproberen. Bij kinderen met een uitdaging bestaat de neiging, vaak vanuit een goede bedoeling, om als volwassenen overmatig te gaan helpen of het over te nemen. Bijvoorbeeld een kind met TOS of dyslexie heeft iets meer tijd nodig om antwoord te geven op een vraag omdat de informatieverwerking en woordvinding is minder snel gaat. Geef het kind de tijd en ruimte om zelf de juiste woorden te vinden. Ook kinderen ruimte bieden om zelf te mogen kiezen, draagt bij aan het ontwikkelen van eigen autonomie. Is deze ruimte er niet, dan kan dit zorgen voor frustratie bij een kind en kan zelfs leiden tot gedragsproblemen.  

Rust in de klas zorgt dat de onzichtbare triggers van stress zo min mogelijk vat krijgen op kinderen.

Deze tips zijn eenvoudig toe te passen zowel in het basisonderwijs als op het voortgezet onderwijs. En ook thuis zijn ze toe te passen door ouders om zo de rust en gezelligheid positief te stimuleren.

Veel succes met “doseren”!


Stress, onzichtbare oorzaken

Category : Emotie

Stress in de klas of dagelijks leven

Alle ervaringen die we als mens meemaken, komen binnen in het brein en worden gescreend om een inschatting te maken van de mate van veiligheid.
Dit gebeurt in de amygdala (emotiecentrum). Als het veilig is, komt het in het werkgeheugen en gaat vanuit daar naar de hypocampus (herinneringencentrum), waar de informatie over de ervaring en de daarbij aanwezige emoties een herkenningslabel krijgen. Dit label zorgt ervoor dat de herinnering later weer teruggehaald kan worden. Dit gebeurt in ons bewuste geheugen. Zo kunnen we vervolgens nadenken over wat er is gebeurd, erover vertellen of oplossingen bedenken bij de ervaring en beleefde gevoelens.

Als je als kind of volwassene dus een ervaring meemaakt die je brein als zeer onaangenaam, naar, eng, gevaarlijk of zelfs als ‘alarm’ labelt, komt deze ervaring met bijbehorende herkenning labels in het geheugencentrum. Door over de gebeurtenis na te denken en te praten ben je in staat om het label in het herinneringencentrum van de ervaring te beïnvloeden, bijvoorbeeld door te denken: heel vervelend, domme pech, volgende keer beter opletten.

Geheugen van het lichaam

Naast dit bewuste geheugen worden de lichamelijke sensaties die plaatsvinden tijdens de ervaring (veroorzaakt door emoties), opgeslagen in het geheugen van het lichaam (emotioneel). Dit is een onbewust geheugen en ons denken heeft hier geen invloed op. De emotie van een ervaring blijft dus onveranderd in je lichaam aanwezig. Op zich geen probleem, mits niet voortdurend nieuwe, negatieve ervaringen zich aandienen. Als een kind veelvuldig negatieve reacties krijgt bijvoorbeeld op dat hij zo onhandig is, vervelend doet of niet zo druk moet zijn, gaat het lichaam van het kind (onbewust) al reageren voordat ‘het gevaar’ zich ook maar daadwerkelijk voordoet.

Fysieke stressreactie

Fysieke reacties van stress zijn voor anderen nauwelijks waar te nemen:
• Je hart gaat sneller kloppen
• Je ademhaling versnelt
• Spanning in je spieren neemt toe
• En je zintuigen zijn tot het uiterste gespannen; alert op nieuw gevaar

Je hersenen komen uiteindelijk in code rood: Nadenken of een oplossing bedenken, lukt moeilijk. Je lichaam moet wat doen: Je gaat weglopen, vechten of je houd je doodstil. Sommige kinderen gaan slaan, schreeuwen of andere pijn doen. Maar je kunt ook angstig gedrag zien.

Wat te doen bij code rood?

Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat het kind uit code rood kan komen. Het helpt om rustig te blijven, rustig en zacht te spreken, te kalmeren door actief te luisteren (zet je eigen oordeel even opzij). Pas nadat een kind helemaal uit code rood is, zich weer veilig voelt, is een gesprek mogelijk over wat je verwacht van het kind in de toekomst.

Reflexintegratie

Bij kinderen die regelmatig in code rood komen, is reflexintegratie een vriendelijke methode om met weinig woorden te werken aan het loslaten van de fysieke stress uit het lichamelijk geheugen. Daarnaast zorgt reflexintegratie voor het verbeteren van de basis van een gezonde stress regulering van het lichaam: 1) het stress alarmsysteem gaat pas aan als er echt gevaar is; 2) goede fysieke vaardigheden die helpen bij direct gevaar, bijvoorbeeld je opvangen of vastgrijpen als je valt; jezelf beschermen als er iets op je dreigt te vallen of wegrennen bij brand of ander gevaar. 3) gezonde stresshormonen huishouding.

Oog voor trauma en veerkracht

Oog hebben voor wat een kind heeft meegemaakt helpt ouders en professionals om het gedrag van kinderen beter te begrijpen en te begeleiden. Leony Coppens is klinisch psycholoog zij geeft in haar presentatie een heldere toelichting op gedrag dat ontstaat vanuit onderliggend trauma en het belang om dit mee te nemen in het kijken naar het gedrag van kinderen. 

Stress op latere leeftijd

Waar staat kinderen, kun je ook lezen volwassenen, want ook volwassenen ervaren in onze resultaatgerichte en drukke samenleving regelmatig de signalen van een intern alarmsysteem dat afgaat (hartkloppingen, spierspanning, moeite met rustige ademhaling en zintuigen die alert zijn). Als code rood snel voorbij gaat, hoeft dit geen probleem te zijn. Echter het voortdurend aangaan van je stress-systeem zorgt ook voor het voortdurend vrijkomen van hormonen zoals adrenaline en cortisol. Langdurig vrijkomen van deze hormonen maakt de systemen in ons lichaam ziek.